ALGEMENE VEILIGHEIDSREGELS

 

3.1 Men dient zich te houden aan de baanvoorschriften en veiligheidsvoorschriften zoals de baanverhuurder deze stelt.

3.2 Men dient te allen tijde de aanwijzingen van de baancommandant op te volgen.

3.3 Op het schietpunt: de wapens wijzen altijd in de veilige richting.

Alleen hier mag een vuurwapen geladen zijn.

Wapens waarmee niet wordt geschoten worden ongeladen, en voor iedereen zichtbaar, veilig neergelegd:

Bij revolvers wordt de trommel naar buiten gedraaid

Bij pistolen wordt de slede in de achterste stand geborgd en de houder uit het wapen gehaald. Bij geweren wordt (indien mogelijk) de grendel geopend en de eventuele houder uit het wapen gehaald.

Indien geen van bovenstaande suggesties mogelijk blijkt, bijv. doordat het wapen geen sledevergrendeling kent, dient een rode (kunststof)prop in de uitwerp opening geplaatst te worden. Hierdoor is opnieuw voor iedereen zichtbaar dat het wapen veilig is.

De loop wijst altijd in de richting van de schietkaart of doel.

Een alternatief is: vuistwapens in de holster; geweren in het foedraal.

3.4 Tijdens het schieten blijft iedereen achter de tafels.

3.5 Tijdens het schieten blijven personen die niet schieten achter de schutters. De schutters mogen niet gestoord worden tijdens hun serie.

3.6 Als er om welke redenen dan ook iemand op de baan moet zijn, moet de wapens ontladen en zichtbaar geopend zijn en iedereen bij de wapens weg.

Hierdoor wordt het voor degene die zich op de baan bevinden onmogelijk gemaakt om zich in een gevaarlijke situatie te begeven.

3.7 Bij militair schieten of andere dynamische disciplines waarbij een schietleider en/of instructeur aanwezig is, dienen zijn/haar aanwijzingen worden opgevolgd.

3.8 Een wapen wat u niet behoord mag u nimmer zonder toestemming van de eigenaar ter hand nemen.

Laat u bij gebruik van een ander dan uw eigen wapen voldoende informeren over de werking van dat wapen. Dan is een veilig gebruik van het wapen mogelijk.

3.9 Op afstanden van 15 meter of kleiner wordt een schietbril verplicht vanwege kans op terugkerende looddeeltjes. (het dragen van een schietbril op de baan is altijd wenselijk)

3.10 Het is verboden om met pantser doorborende, brandstichtende, lichtspoor of explosieve munitie te schieten.

3.11 Het is niet toegestaan op andere doelen te schieten dan de doelen behorend bij de discipline die op dat moment wordt beoefend tenzij bestuur anders beslist.

3.12 De discipline snel schieten (meestal vanuit zgn.frontbreak holsters) wordt alleen beoefend indien er door andere disciplines niet meer geschoten wordt.

Deze discipline mag uitsluitend met een veiligheidsholster (die de trekker afdekt) worden uitgeoefend.

3.14 In verenigingswapens is het uitsluitend toegestaan verenigingsmunitie te verschieten.

3.15 De secretaris is de aangewezen vertrouwenspersoon waarmee men met vragen en/of (persoonlijke) klachten terecht kan.

3.16 Het is toegestaan te schieten op een wijze die voor elke discipline op zich daarvoor nodig geacht word.

3.17 Toegestane wapens zijn die wapens die niet door overheid verboden zijn voor de schietsport of verzamelingen ter controle van de goede werking.

3.18 Schietbeurten in het verband van de vereniging worden uitsluitend afgetekend door een bestuurder van de vereniging (Cwm B/2.4.2), dan wel door een door het verenigingsbestuur gemachtigde verenigingsveiligheidsfunctionaris of baancommandant, niet zijnde een wapenhandelaar of een commercieel exploitant van een schietsportaccommodatie;

3.19 De vereniging verstrekt aan de leden die over een eigen wapenverlof beschikken, dan wel in de toekomst mogelijk een wapenverlof zullen aanvragen, een door de vereniging gewaarmerkt schietbeurtenregister;

3.20 De verenigingswapens worden uitgegeven op verenigingsavonden ten behoeve van de uitoefening van de schietsport aan (aspirant) leden of introducees;

Wapenuitgifte geschiedt door een daartoe door het bestuur aangestelde wapenbeheerder;

De wapenbeheerder registreert de wapenuitgifte op de uitgifte lijst;

De baancommandant houdt toezicht op het gebruik van ter hand gestelde wapens;

Na het schieten worden de verenigingswapens direct aan de wapenbeheerder terug gegeven.

3.20 Indien de vereniging munitie aan leden verkoopt dan wel aan de leden ter beschikking stelt, wordt dit in een munitiestaat, conform het model in bijlage C van de Cwm, geregistreerd.

3.21 Het gebruik van de aan introducés of aan leden, voor zover het gaat om leden die geen verlof hebben tot het voorhanden hebben van die munitie, verstrekte munitie geschiedt onder toezicht door de baancommandant.

3.22 Op het schietregister van beginnende schutters wordt door het bestuur een aantekening gemaakt met welke wapens zij mogen schieten, gelet op de tijdsduur waarop zij de schietsport beoefenen, zoals omschreven in de CWM B/2.2.3).

 

Deze website is gemaakt en wordt onderhouden door www.gebaortehoes.nl Het adres voor fotografie, film, drone, social media marketing en websites. De gebruikte foto's zijn copyright protected. Zonder toestemming mogen deze niet worden gebruikt.

 

SV New Target

Exaeten 5

6095 PD Baexem